Bedrijven willen innovaties, maar die gaan geen fundamenteel onderzoek doen zonder direct zicht op een verkoopbaar resultaat. Veel recente innovaties die we toekennen aan bedrijven vinden hun oorsprong bij de overheid. Denk aan militaire applicaties (b.v. GPS), toegepast onderzoek van universiteiten, medicijnen van universitaire ziekenhuizen en onderzoekprogramma’s voor in de ruimte. De tijd van verticaal georiënteerde bedrijven die ook fundamenteel onderzoek doen is al lang voorbij door betere communicatie en specialisatie om de toegenomen complexiteit aan te kunnen.
Onderzoek, innovaties en onderwijs gaan goed samen op universiteiten. Onderzoek kun je toepasbaar maken in innovaties, en de beste kennis krijg je door het ook te doen en daarvan te leren. De koppeling met onderwijs is goed omdat de docenten/onderzoekers die aan innovaties werken daarvan leren en de laatste stand van zaken kunnen overdragen aan studenten. Zonder feedback zijn universiteiten als de “beste” stuurlui die aan wal staan.
De overheid betaalt al het onderzoek. Patenten (zolang die nog bestaan) liggen bij de overheid, en niet bij bedrijven wanneer die meewerken aan het onderzoek. We geven de kennis in principe vrij voor anderen zodat de wereld versneld beter wordt zonder de beperking van patenten. Maar we willen de investering ook graag te gelde maken bij andere landen en bedrijven. Een bedrijf dat geïnvesteerd heeft in het onderzoek kan mogelijk wel voorkeur krijgen bij vervolgopdrachten vanuit de overheid, en we kunnen voor andere bedrijven het gebruik van de patenten duurder maken. Dan kan het bedrijf dat initieel meewerkte de investering tijdelijk beter te gelde maken.
Universiteiten doen onderzoek op onderwerpen die de overheid belangrijk vindt voor de toekomst van het land. Denk aan vraagstukken rond de energietransitie, nieuwe manieren van samenleven, privacy in een wereld met vele camera’s en microfoons, nieuwe betaalmiddelen, circulair grondstoffengebruik, … . En een deel van het onderzoek (denk b.v. aan 50%) kan de universiteit vrij inzetten voor fundamenteel onderzoek of gebieden waar toevallig interesse in of expertise van is. Voor bepaalde onderzoeksgebieden kan dure apparatuur nodig zijn, en daar wordt extra geld gegeven wanneer dat nodig is.
We gaan de universiteiten niet teveel sturen met administratieve prikkels, zoals het aantal publicaties. Dat leidt alleen maar tot disfunctie (optimaliseren op de KPIs die een indicatie zijn, maar niet het doel). Beter is om b.v. peer-reviews te hebben, feedback van studenten, feedback van prototypes, …
Bedrijven en overheid mogen niet teveel invloed hebben op het werk van universiteiten om ze onafhankelijk te laten werken. Bedrijven die betalen voor onderzoek, geven dit aan de algemene overheid, niet aan een specifieke vakgroep. Zo kunnen ze onafhankelijk en kritisch blijven, ook naar de overheid zelf toe.
Het niveau van universiteiten houden we hoog, zodat ze minder massaal zijn en er goede kennisoverdracht is tussen leermeester en leerling. Zeer goede mensen uit andere landen zijn ook welkom, ongeacht afkomst. Mogelijk dat de AIVD een screening doet, maar dat moet dan wel snel (denk aan maximaal 2 weken), want we willen goede kandidaten niet mislopen of in onzekerheid laten (zeker als ze uit landen met onderdrukkende regimes komen). De universiteit kan om screening vragen, en de AIVD kan dat op eigen initiatief doen – bij aanname of later. Beter wat kennis lekken dan goede mensen missen en de open sfeer van kennisdeling om zeep helpen. En daarnaast hebben universiteiten ook een internationaal verbindende rol.