Natuur

Het is een keuze die we in vrijheid kunnen nemen:

  • De wereldwijde en Nederlandse crises op zijn beloop laten, nu profiteren van wat er nog is, en de gevolgen voor huidige en toekomstige generaties laten. De opbrengst van Nederlandse boeren neemt af omdat de grond dood is. De aarde warmt verder op, we krijgen extreem weer, en omdat de bodem niet goed is neemt die geen vocht meer op, met als gevolg: overstromingen en droogte. Veel migraties van mensen en dieren naar noordelijke streken, overstromingen in vele landen, en over een eeuw is Nederland onder water gelopen en veel Nederlanders migreren naar het hoger gelegen Duitsland.
  • De wereldwijde en Nederlandse crises bevechten waarin we het voortouw nemen. Ons voorbeeld en de innovaties gaan de wereld over zodat een hefboomwerking ontstaat. Landen als India kijken naar ons voorbeeld en volgen dat. En gaandeweg worden we ons bewust van onze verbondenheid. Verschillen tussen Nederlanders zijn er niet omdat we in hetzelfde schuitje zitten, en we komen er samen uit. De saamhorigheid en maatregelen die het onderliggende probleem aanpakken (burgers krijgen macht) geeft verbroedering en zorgt voor een tweede golf van innovatie die de wereld rond gaat.

Bij B-RING kiezen we duidelijk voor het tweede.

Dichtbij de natuur

De natuur is op afstand gebracht van onszelf. En net zoals dat soldaten mensen op afstand gemakkelijker vermoorden (raketten, drones, artillerie) dan van dichtbij (denk aan de gezamenlijke kerstvieringen tussen Duitse en geallieerde strijdkrachten tijdens WOII), vermoorden we de natuur op afstand.

De afstand ontstaat omdat we niet meer zelf in de natuur wandelen, maar in winkelstraten. Omdat we ons voedsel uit de supermarkt halen en niet uit onze moestuin. Omdat we niet meer weten hoe we ons voedsel bereiden uit natuurlijke ingrediënten, maar kant-en-klaar maaltijden kopen. Wanneer we afval lozen, maar niet weten wat het gevolgen zijn voor de natuur omdat het uit ons zicht is. We vervreemden ons van de natuur.

Wanneer we ons meer verbonden zouden voelen met de natuur en ons realiseren dat wij deel uitmaken van het ecosysteem, dan zouden we ons beter gedragen.

Natuur in Nederland

Grote schade in de natuur krijgen we door veeteelt in Nederland: stikstofproblematiek, broeikasgassen, watergebruik en landgebruik. In Nederland is ongeveer de helft van het land voor vee: direct via weilanden of indirect via maisvelden waarmee het vee gevoerd wordt (zie ook Inrichting van Nederland).

Vlees is een inefficiënte manier om voedingsstoffen binnen te krijgen: planten laten eten door een dier, en dan vlees weer naar de mens. We kunnen het dier er ook tussenuit halen. Een kilo rundvlees vraagt 15.000 liter water en 25 kilo veevoer.

Niet dat we van al het vee af moeten, maar het kan een stuk vriendelijker voor het dier, gezondheid en het milieu. Varkens zijn bijvoorbeeld heel nuttig voor het verwerken van reststromen van eten. Zie een visie over het voedselsysteem van de Wageningen universiteit voor 2050.

Het grootste deel van het vlees dat we produceren is voor de export, maar in Nederland hebben we wel de problemen. En Nederland is de grootste importeur van soja (voor veevoer), waardoor we verantwoordelijk zijn voor de kap van de regenwouden in de amazone en gebieden ten zuidoosten daarvan. Nederland is klein, maar we gooien de helft weg voor de vleesexport (zie Inrichting van Nederland).

Verder is een zeespiegelstijging voor Nederland heel duur omdat we aan de kust liggen, en een groot deel onder de zeespiegel ligt. Het probleem is niet alleen overstromingsgevaar aan de kust, maar ook water uit de Maas en Rijn die afgevoerd moet worden. Daarnaast stroomt zout water onder de dijken door landinwaarts. Vanaf 2 meter zeespiegelstijging is werken tegen de zeespiegelstijging niet meer zinvol. De stijging tot 2300 is 0,6 tot 1,1 meter als we ons best doen (IPCC laagste emissie scenario: RCP 2.6). En gaan we gewoon door met de uitstoot (scenario RCP 8.5), dan is het 2,3 tot 5,4 meter (KNMI, 2019). Zie ook KNMI’23: “Volgens het hoge uitstootscenario bedraagt de zeespiegelstijging rond 2300 2 tot 6 meter. Als ook onzekere ijskap-processen op Antarctica worden meegenomen, kan dit oplopen tot meer dan 17 meter (figuur 25).“. Veel andere landen (en de waddeneilanden, belangrijk voor vogeltrek) lopen al eerder onder water: extra reden om het broeikaseffect snel tegen te gaan.

Voor Nederland zijn de cijfers van uitstoters (CO2-equivalenten, zie CBS 2021), daaraan toegevoegd internationaal transport (CBS 2020):

  • Industrie: 30% (vooral chemisch, aardolie, metaal)
  • Elektriciteit: 18% (vooral aardgas en steenkool)
  • Landbouw: 15% (vooral fermentatie (methaan uit darmkanaal runderen: scheten), aardgas en mest)
  • Mobiliteit: 15% (vooral vrachtvoertuigen en benzine auto’s) exclusief luchtvaart en zeevaart
  • Internationaal transport: plm. 9% (tijdens Corona)
  • Gebouwde omgeving: 14% (warmte voor huishoudens en diensten)

Dus we moeten aan al deze categorieën werken. En naast broeikasgassen hebben we ook een fosfaatprobleem en een Nederlands stikstofprobleem. Daarom is innovatie op vele vlakken nodig.

We leven samen met de natuur, dichter bij de natuur en verbruik is circulair. Snelle afbouw fossiel en veestapel. Innovaties als kweekvlees, groenten verbouwen met zout water en biochemische producten sterk stimuleren en exporteren.

Concrete oplossingen

Er zijn veel manieren om dichter bij de natuur te staan, denk b.v. aan:

  • Meer tijd op school om dichter bij de natuur te staan, b.v. door excursies naar de natuur, of door met de kinderen te bouwen aan een park.
  • Promoten van moestuinen – voor mensen persoonlijk, of vooral ook voor wijk. Dat kan ook gekoppeld worden aan het oogsten en serveren van maaltijden.
  • Het eigenaarschap van boerderijen in de gemeenschap leggen. Boeren zijn dan in loondienst, met seizoenshulp uit de omgeving en opbrengst gaat terug naar de lokale eigenaren. Zie b.v. herenboeren.
  • De aanleg van mini-bossen in stedelijke gebieden, “tiny forests”, zie b.v. een initiatief in Weert

Maar ook natuurbesparende maatregelen:

  • Circulair voedselsysteem (landbouw voor voeding, afval voor dieren, mensen en dieren voor mest, mest voor landbouw). Hierbij moeten we dus ook kijken naar zaken die nu in het riool komen – de kringloop moet rond worden.
  • Afbouwen veestapel – bijvoorbeeld door hoge belastingen op vlees, en het intrekken van vergunningen van vervuilende bedrijven. Zonder afbouw, gaat de opbouw van nieuwe zaken lastig of minder snel.
  • Onderzoek zodat we minder koeien nodig hebben, b.v. om met bacteriën kaas te maken zonder koeien.
  • Onderzoek en toepassing voor het opschalen van kweekvlees (expertise centra, onderzoek, kennis delen, subsidies).
  • Vleesexport sterk omlaag – we zijn als klein land de grootste exporteur van vlees in de EU. Dan hebben wij de stikstof problemen niet (op andere plekken is dat minder een probleem), en minder productie betekent hogere prijzen wereldwijd, en dat remt de consumptie wereldwijd. Lokaal produceren zorgt ook voor minder vervuilend transport.
  • Europa sterk steunen in regelgeving die de kap van bomen tegenhoudt. Denk aan houtkap voor soja, palmolie en tropisch hardhout.
  • Het verbinden van natuurgebieden in Nederland (en Europa). Door het verbinden van gebieden kan de natuur herstellen – dieren kunnen dan ook terugkomen in nu afgesloten gebieden. Ook hebben sommige dieren een groter leefgebied nodig, zoals de wolf die zorgt voor een gezonde natuur.

En ook maatregelen tegen de uitstoot van broeikasgassen en gifstoffen:

  • Wat niet in de lucht komt hoeft er ook niet uit: Invoering CO2 tax. Bedrijven met veel CO2 uitstoot snel helpen of opheffen. Waterstanden omhoog in veengebieden zodat er minder CO2 vrijkomt. Olie, gas, kolen in de grond laten zitten. Denk ook aan Belasting op grondstoffen.
  • Mogelijk kun je voor financiering van de transitie als Nederland tijdelijk certificaten verkopen op CO2-vastlegging door nieuwe landbouw methodes. Dat ook door een onafhankelijke overheidsinstantie laten controleren. Wel goed kijken dat het niet leidt tot wereldwijde toename van CO2-uitstoot omdat het toch gecompenseerd wordt in Nederland.
  • Zorgen dat mensen het meeste binnen fietsbereik hebben (zie ook Inrichting van Nederland)
  • Elektriciteitsproductie met groene technologie en seizoens-opslag van warmte (zie Energie)
  • Stimuleer isolatie van gebouwen.
  • Internationaal transport de werkelijke kosten laten betalen (Europa), luchthavenbelasting zolang de werkelijke kosten niet betaald worden.
  • Controle bij lozingsuitgang van (grote) bedrijven die uitstoten in rivieren en lucht. Metingen doen en schadelijke stoffen die niet kloppen met vergunning meteen hoog beboeten, waarbij ook betaald wordt voor de onrechtmatige uitstoot van de afgelopen jaren. Daarnaast worden bedrijven die overtredingen plegen intensiever gecontroleerd. Een bedrijf kan aangeven voor welk deel van het bedrijf dat nodig is. Bij een 2e lozing gaat dat bedrijfsonderdeel dicht, of als ze niet hadden aangegeven waarvoor, dan het hele bedrijf dicht.
  • Stoffen die slecht afbreken in de natuur en schadelijk zijn mogen niet meer gemaakt worden, in bezit hebben of verkocht worden. Het liefst snel op Europees niveau, maar daar laten we ons niet door vertragen. Denk aan PFAS. Zolang we ze produceren, groeit de hoeveelheid, en die gaan vrijwel nooit meer weg.
  • Hergebruik en nieuwe innovatieve technieken stimuleren: van afval naar grondstof.
    • Wetten die vragen dat bepaalde producten een minimaal percentage gerecycled materiaal bevatten (en anders betaal je een extra heffing) – en dat percentage jaarlijks ophogen.
    • De warmte van een thorium centrale te koppelen met vergassing van plastic afval.
    • Zie ook onderzoek bij TNO.

Koppeling met uitgangspunten

Dit geeft invulling aan de volgende uitgangspunten: