In Nederland gebruiken we de helft van Nederland voor voedselproductie. Het meeste voedsel (denk aan 80% – 90%) exporteren we. Ook importeren we veel voedsel zoals soja uit Brazilië om de dieren mee te voeren. Zeugen uit Italië worden geïmporteerd om ze later terug te exporteren voor de Parma ham – en ondertussen zitten wij in Nederland met de stikstofproblemen, en heeft de neemt de agrarische industrie winst.
Plantaardig voedsel is efficiënter dan dierlijk voedsel. Een dier dat planten eet zet orde 10% van de eiwitten om in vlees. En dat vlees eten mensen dan weer op. Dat kan beter door direct plantaardig voedsel te eten. Er zijn meer argumenten tegen de vleesindustrie, zoals het leed voor de dieren, antibioticagebruik (waardoor bacteriën resistent worden), ziektes die van dieren op mensen overgaan (corona) en hoog watergebruik. Verder krijgen dieren krachtvoer uit soja waarvoor de regenwouden in de Amazone of ten zuiden daarvan gekapt wordt. In Nederland hebben we ook nog de hoge stikstofuitstoot (mest), en extra methaan uitstoot (methaan is een 25 keer sterker broeikasgas dan CO2) door dieren.
Veel minder dierlijk voedsel exporteren. Circulaire en biologische landbouwtransitie samen met boeren en burgers. Innovaties in biochemische voedselproductie.
Verder kunnen we een voorsprong nemen in de wereldwijde voedsel transitie door voedsel uit energie te maken. Wanneer er een overschot aan schone (zon/win/nucleaire) energie is, wordt het interessant om een biochemische keten op te zetten voor voedselproductie. Denk aan energie uit zonnepanelen die we vooral tijdens piekproductie afromen. Daar maken we een energiedrager mee (waterstof, ammoniak, …) die we voeden aan (genetisch gemanipuleerde) bacteriën, die er eiwitten van maken, en dat gebruiken we als de basis voor eetbaar voedsel op grote schaal. Zie bijvoorbeeld een artikel in De Groene Amsterdammer, maar ook de Wageningen Universiteit over kaas. Maar er is een veel grotere revolutie mogelijk via De Correspondent over kweekvlees en bedrijven (b.v. ENOUGH).
Dieren blijven gewoon, maar wel veel minder. Ze hebben ook een logische plek in het geheel. Varkens kunnen bijvoorbeeld heel goed etensresten (afval) verteren, en leveren daarmee mest voor de landbouw en uiteindelijk vlees.
Boeren zitten klem tussen de industrie die diervoer, kunstmest, medicijnen en bestrijdingsmiddelen levert en aan ze verdient. De overheid vraagt investeringen via allerlei regels, en de bank verdient ook aan boeren. En de afnemers zijn de 5 inkopers voor de Nederlandse supermarkten die de boeren uitknijpen waardoor ze geen redelijke prijs krijgen.
Landbouw met bestrijdingsmiddelen geeft veel schade aan mens en natuur. Dat is ook het doel van het gif. De grond wordt onvruchtbaar (micro-organismen gaan dood), boeren krijgen gezondheidsproblemen (zoals Parkinson), en binnen de EU zijn er ook zorgen over pesticiden in voedsel die leiden tot kankers, diabetes en onvruchtbaarheid. En slechte grond kan minder goed water vasthouden zodat we meer droogte en overstromingen krijgen, en door de klimaatveranderingen krijgen we al extremer weer.
De landbouw in Nederland lijkt steeds inefficiënter te worden (zie “De duurzaamheid van de Nederlandse landbouw” van Meino Smit, Universiteit van Wageningen). De productie in Nederland lijkt goed per hectare, maar daar moet je ook het indirecte landgebruik bij tellen voor b.v. het verbouwen van soja voor krachtvoer voor dieren. In 1950 had je orde 6 ton/ha opbrengst (7 ton/ha als je alleen direct landgebruik rekent) en in 2015 is het 7.5 ton/ha (en 21 ton/ha als je alleen direct landgebruik rekent). Van 7 naar 21 ton/ha lijkt veel beter, maar als je de het integrale landgebruik bekijkt is er weinig verbeterd t.o.v. 1950. Nederland hoeft dus ook niet de wereld te voeden omdat we denken zoveel beter te zijn.
Ook qua energie is de voedselproductie inefficiënt geworden: +12% output ten koste van +619% input. Daardoor is de verhouding output/input in GJ/ha van 1,04 (1950) naar 0,16 (2015) gekelderd.
Ook de glastuinbouw moeten we kritisch bekijken. Dat zijn grote verbruikers van gas, en zetten druk op de huizen en overlast door sommige Oost-Europese medewerkers. De glastuinbouw heeft wel aangetoond al vele jaren innovatief te zijn, dus er is hoop. Denk aan de effectiviteit (b.v sluipwespen gebruiken i.p.v. gif), onderzoek (met de Wageningse universiteit) en automatisering (automatische pluk machines). De WKK (warmte-kracht koppeling) kunnen het elektriciteitsnet stabiliseren. Bloemen (in kassen) zijn geen voedsel, voegen weinig toe, en kosten wel grondstoffen, energie, ruimte en huizen.
Samen met boeren en ecologen gaan we de transitie maken. Nederland wordt minder importeur en minder exporteur van voedsel. De veestapel gaat sterk omlaag, waardoor er veel meer land beschikbaar komt: denk b.v. aan alle mais- of tarwevelden die er alleen maar zijn om dieren te voeren. Er wordt geen gif gebruikt. En de dode, uitgeputte en plat gereden landbouwgrond wordt weer levend. Van monoculturen naar diversiteit (denk b.v. aan strokenteelt). Van hoge opbrengst tegen te lage prijzen naar gewone opbrengst voor consumptie in de omgeving. Van schaalvergroting naar de menselijke maat. Van weilanden naar voedselbossen. Van te lage waterstanden (voor grote tractoren die de grond plat drukken) naar hogere waterstanden die CO2 in de grond laten zitten. Van kunstmest dat de bodem arm aan microben maakt naar een rijke bodem en misschien wat natuurlijke mest. En boeren kunnen met minder opbrengst gewoon goed rondkomen, en kunnen met hun hart en ziel werken aan de toekomst voor het familiebedrijf in samenhang met de omgeving.
Dit geeft oplossingen voor broeikasgassen, stikstofproblemen, en maakt het land beter bestand tegen extreem weer. En er zijn ook minder grondstoffen nodig (voor kunstmest, gif, materialen, …). Bovendien legt gezonde grond veel koolstof vast.
En verder kijken we ook naar innovaties op het gebied van producten en productie. Daarbij kun je b.v. ook denken aan biochemische productie van melk, kweekvlees en het gebruik van zeewier. Ook kun je biologische materialen gebruiken voor producten, zoals vlas als isolatiemateriaal in de bouw of producten gebaseerd op bamboe (groeit tot 1 meter(!) per dag).
Een visie van Urgenda “landinzicht – grond voor een vruchtbaar gesprek” laat zien hoe we samen met de boeren het land veel beter kunnen indelen en zo 12 Miljard besparen. Kijk naar de video die het samenvat.
Concrete oplossingen
Een aantal oplossingen:
- Het verdienmodel van boeren goed krijgen, om op langere termijn van subsidies af te kunnen.
- Samen met boeren kijken we ook aan de ecologische diensten die geleverd worden, en geven daar vergoedingen voor.
- Boeren die willen omschakelen financieel helpen. Het duurt een aantal jaar om van monocultuur met bestrijdingsmiddelen naar biologische teelt op gezonde grond te gaan. Je kunt boeren ook jaarlijks betalen wanneer de grond gezond is – mogelijk met Europese subsidies.
- Zorgen dat er een gelijk speelveld is voor Nederlandse (liefst Europese, en wereldwijde) biologische productie. Belasting op voedsel met gif, of gemaakt met gif
- Voor gratis lunches op alle scholen worden Nederlandse biologische producten van het seizoen gebruikt, direct van de boer.
- Onderzoek en kennisdeling naar het moderne boeren zonder bestrijdingsmiddelen, kunstmest of krachtvoer, maar met een hoge kwaliteit van de grond. Denk b.v. aan met strokenteelt zonder kunstmest en met natuurlijke gewasbescherming, of aan kweekvlees.
- Onderzoek naar de fosforkringloop en zwavelkringloop in Nederland en hoe we die in balans kunnen krijgen. Daarmee kunnen we het gebruik van kunstmest reduceren.
- Vergif (bestrijdingsmiddelen) verbieden of anders heel zwaar belasten voor de echte kosten over de hele keten: niet alleen de productie maar ook verlies van biodiversiteit, grondkwaliteit, waterkwaliteit en gezondheid van dieren en mensen.
- Groenten/fruit die de overheid weggeeft via scholen (zie Gezond voedsel gemakkelijk en goedkoop) alleen uit biologische productie te betrekken. In kantines van bedrijven zou je dit voedsel ook kunnen vrijstellen van belasting, dus dat het niet aangemerkt wordt als “loon in natura”.
- Lokale productie stimuleren (b.v. in de vorm van een coöperatie) waarbij mensen uit de buurt de boer inhuren, meehelpen (seizoensarbeid) en producten afnemen. Dat verhoogt ook de saamhorigheid, gezondheid door goed eten en verbondenheid met de natuur. En het zorgt dat de te grote agro-industrie met teveel macht weer klein wordt.
- Meer mensen die helpen in de landbouw. Dus van de dienstensector naar de agrarische sector. Goed voor milieu, grondstoffen en gezondheid. Werken in de landbouw is leuk en eerlijk werk. Denk b.v. aan een boer in de buurt waar je een abonnement hebt op voedsel van het land. Maar dan help je ook mee wanneer b.v. geoogst wordt.
- Een sociale dienstplicht instellen waarbij jongeren kennis maken met voedselproductie (of de zorg, of iets voor de lokale gemeenschap, …).
- Minder productie, en daarmee veel minder export van van voedsel. Dat stimuleert alleen maar de internationale handel en speculatie van b.v. graan in bulk schepen, maar draagt niet bij aan minder honger in de wereld. Bovendien kost transport energie en zijn er verliezen gedurende transport.
- Standaard geen verwarmde kassen door b.v. de gasprijs voor bedrijven en consumenten gelijk te trekken. We kunnen gewoon weer de producten van het seizoen eten, en belasting op groenten verlagen. Verwarming voor de productie van bloemen is al helemaal onzinnig (geen fossiele brandstoffen gebruiken voor mooie bloemen die na 2 weken verwelken).
- Onafhankelijk instituut voor de keuring en het meten van biologische productie (b.v grondkwaliteit) en producten (gehalte schadelijke stoffen in eetbare producten). Bij voorkeur op Europees niveau, maar we beginnen al eerder op Nederlands niveau. Met de universiteit in Wageningen hebben we al een kennisvoorsprong.
- Stimuleren van innovaties voor nieuwe gewassen (denk ook aan teelt met zout water) en lekkere gerechten.
- Stimuleren van en onderzoek naar manieren om efficient voedzaam voedsel te maken op beperkte grond.
- Denk b.v. aan de bouw van groente-flats in steden waar zonder pesticiden gewerkt wordt.
- Hybride voedselproductie uit elektriciteit. Denk b.v. om voedsel te baseren op energie uit zonnepanelen met water, lucht, mineralen en misschien biologisch afval –> een chemische proces om het om te zetten in een stof (b.v. methanol of ammoniak) –> voeden aan (mogelijk genetisch gemodificeerde) microben die er van groeien of de stoffen omzetten in eiwitten –> bakkers die dit omzetten in etenswaren voor mensen.
- Opzetten van informatiecentra om ervaringen en onderzoek te delen over verbeteringen en innovaties.
Koppeling met uitgangspunten
Dit raakt aan de volgende uitgangspunten: