Voor de natuur en het geluksgevoel is het belangrijk dat er geen grote verschillen zijn tussen bezit/inkomen van burgers:
- Hoe het inkomen zich verhoudt tot anderen is belangrijker voor het geluksgevoel dan de absolute hoogte (ref: NewScientist juli/augustus 2022).
- Het geluksgevoel afhankelijk van inkomen stijgt met meer inkomen, tot een plafond – denk aan orde grootte €75K/jaar.
- Vanaf 18 jaar gewoon het minimumloon (geen minimum jeugdloon voor 18+). Gelijk werk is gelijke beloning. En iemand van 18 wordt geacht zelfstandig te kunnen zijn – daarvoor is ook een volwassen salaris nodig.
- Mensen met een hoog inkomen hebben een relatief grotere ecologische voetafdruk. Denk aan een rijk persoon met een superjacht (CO2 voetafdruk van het gebruik staat gelijk aan 1500 gezinsauto’s: bron: Follow the Money, waterwerk video @ 15 min) of zelfs prive-jet.
- Rijken krijgen passief inkomen: geld zonder wat te doen. Dat krijgen ze doordat hun kapitaal rendeert. Als ze b.v 5% opbrengst krijgen van 10 miljoen = 500.000 euro/jaar = 10.000 euro per week. Dus trekken ze geld uit de samenleving (van de rest van de bevolking die niet superrijk is: “tickle up”). B.v. omdat de rest rente betaalt, of alles duurder wordt en ze dus minder hebben. En iemand geboren in een rijke familie krijgt die 10 miljoen of meer. Dus moeten we groot bezit belasten, grote inkomsten belasten en grote erfenissen belasten. Zie ook b.v. Tegenlicht: Waarom groeiende ongelijkheid jongeren berooft van hun toekomst volgens Gary Stevenson.
- In een meer egalitaire samenleving is er een groter draagvlak voor noodzakelijke maar impopulaire maatregelen. Dat is vooral nodig de komende tijd wanneer het BNP zakt, om zo als samenleving meer focus te hebben op geluk en natuur. Wanneer we goedkope weggooiproducten uit China vervangen door lokaal en duurzaam geproduceerde goederen vervangen, gaat de prijs omhoog. Wanneer vlees duurder wordt omdat het teveel energie kost, gaan we het minder eten. Het helpt niet wanneer een kleine groep deze collectiviteit doorbreekt omdat ze veel meer te besteden hebben. Dan denkt de gemiddelde burger: waarom zou ik het niet mogen, maar de rijken gaan gewoon door alsof er niets aan de hand is. Dat leidt tot onrust en minder draagvlak. Daarom is inkomensgelijkheid ook belangrijk.
Zie ook het volgende citaat hierover: “Inkomensgelijkheid is niet alleen beter voor de armen, maar voor iedereen in en maatschappij. Het bevordert ontspannen sociale verhoudingen, de geestelijke en lichamelijke gezondheid, de kwaliteit van het onderwijs, de sociale mobiliteit, het voorkomen van geweld en straf en het voorkomen van het doorgeven van sociale problemen aan volgende generaties.” (bron: Voorbij de management maatschappij, Marjolein Quené, p214)