We hebben bedrijven (of coöperaties) nodig voor producten/diensten die niet door de overheid geregeld zijn. De overheid gaat namelijk niet alles fabriceren dat te koop is (denk aan een theepot, dakreparatie, of een boot).
De overheid financiert veel publieke diensten. Bedrijven profiteren van publieke overheidsdiensten, zoals scholing van toekomstige werknemers, een rechterlijke macht en een onderhouden infrastructuur. Bedrijven hebben tot doel winst te maken, maar leggen een deel van de rekening bij de maatschappij (grondstoffengebruik, schade aan natuur, mensen (b.v. stress of burnout) en afval). Het is logisch dat bedrijven daarvoor betalen: via belastingen of indirect via de klant.
Bedrijven worden verleid vooral korte-termijn belangen te dienen: snel winst maken. Hedgefunds investeren niet, maar extraheren vooral. Rente en aandeelhouders zorgen voor de noodzaak van winst op korte termijn (familiebedrijven doen het beter) en continue groei (voor herinvestering van de winst). Het stemrecht van aandeelhouders zonder binding met het bedrijf beperken. De overheid zorgt voor eerlijke concurrentie als mechanisme om gezonde bedrijven te filteren, en voor regelgeving en vergunningen om de destructieve aard van (kapitalistische) bedrijven te beteugelen.
Verder kunnen bedrijven de democratie ondermijnen, en daarmee onze vrijheid. Denk aan lobbies van bedrijven, omkoopschandalen of boerenprotesten waar een agrarisch-industrieel complex achter zit. Deze schaduwmacht heeft financiële middelen, weinig controle en de moraliteit is winst maken. De belangen van burgers zijn daar niet mee gediend. Economische afwegingen in een gemeenteraad, gevoed door eenzijdige informatie van bedrijven ondermijnen de democratie.
Vooral grote bedrijven kunnen grote ongewenste invloed hebben. Denk aan oliemaatschappijen die lang wisten van klimaatopwarming, maar desinformatie verspreiden om de waarheid te verhullen en door te gaan met extractie. Denk aan advertenties die mensen ongelukkig maken en leiden tot overconsumptie. Denk aan lobbies door bedrijven die regelgeving tegenhouden of afzwakken. Burgers hebben die invloed niet. Denk aan de grote tech bedrijven die je persoonlijke data ongevraagd te gelde maken. Denk aan grote bedrijven die met winst door schaalvergroting de supply-chain kunnen uitknijpen, kleine partijen uit de markt kunnen drukken (door b.v. een aantal jaar producten met verlies aan te bieden), en via patenten en advocaten nieuwkomers uit de markt weren en zo innovatie tegengaan. Wat dat betreft kunnen we grote bedrijven zwaarder belasten en beter het MKB steunen: niet via Amazon maar bij de lokale boekhandel kopen, waar de eigenaar je adviseert met een passie voor boeken.
Voor mensen moet het goed mogelijk zijn om zonder werk voor bedrijven te leven. We hebben een basis nodig zoals voedsel en huisvesting waar werk voor nodig is, maar zo veel is dat niet. Veel producten en diensten zijn namelijk overbodig, en we kunnen dus ook met veel minder consumptie leven. Men kan ook produceren voor de gemeenschap (kinderen groot brengen, leren (heeft later nut), lesgeven, mensen gelukkig maken, kunst, zaken organiseren, voor de gemeente werken, bij een lokale boer werken, …), en dat geeft dan voldoende inkomen.
Zodra men vrij een baan kan kiezen bij bedrijven waarbij je terug kunt vallen op een basis (zie Basisbehoeften zijn geregeld en werk bij de overheid), zullen bedrijven hun best doen werknemers te behouden. Dat is nu anders met Zzp’ers of werknemers die uitgeknepen worden: voor jou 10 anderen. Deze basis geeft vrijheid doordat burgers dan ook economisch onafhankelijk zijn en dus niet tot deze “slavenarbeid” worden verplicht. Mensen die leuk en zinvol werk doen zijn productiever en gelukkiger.