Openheid van informatie

Wat wel/niet werkt moet je doen op een manier waarbij je jezelf niet voor de gek kan houden – dus baseren op wetenschappelijke principes en meetdata. Het aanbieden van de informatie inclusief de ruwe meetdata staat toe dat:

  • Anderen je kunnen controleren (peer review), zodat fouten voorkomen kunnen worden en er minder gesjoemeld kan worden. Ook als niemand het controleert zorgt dit voor extra zorgvuldigheid en integriteit bij de onderzoekers.
  • Data vergaren kost inspanning. Niet iedereen hoeft hetzelfde onderzoek over te doen, dat is inefficient. Met de informatie van anderen wordt onderzoek versneld.
  • We kunnen van elkaar leren – openheid van informatie ondersteunt dit. Andermans onderzoek of bevindingen kunnen je op nieuwe ideeën brengen.

Afsluitend twee voorbeelden die laten zien dat openheid helpt:

  • Openheid van informatie zorgt ervoor dat de vliegtuigindustrie zeer veilig is geworden. Elk ongeluk wordt geanalyseerd, bevindingen gedeeld en procedures aangepast.
  • Geslotenheid van informatie in ziekenhuizen uit angst voor aansprakelijkheid bij medische missers zorgt ervoor dat ziekenhuizen niet leren van elkaars problemen, problemen te lang blijven bestaan, professionals niet vrij zijn om te spreken en patiënten de dupe zijn.

Openheid van informatie betekent niet dat wel alles zomaar weggeven. De informatie is tegen kosten beschikbaar geworden, dus mag er ook voor betaald worden. Mogelijke patenten worden gepubliceerd (om niemand te remmen) of liggen bij de overheid (die ook de diepte-investering deed via universiteiten en is dus eigenaar, zorgt dat iedereen ermee aan de slag kan (eerlijke concurrentie), en het kan later geld opleveren). We kunnen ook informatie delen binnen een bubbel. Denk aan geanonimiseerde medische data van alle Europeanen, die van onschatbare waarde is voor b.v. universitaire ziekenhuizen.