Belasting is een middel om geld binnen te krijgen en om de samenleving te sturen. Wanneer producten heel goedkoop zijn t.o.v. de integrale kosten, kan daar vast belasting op om daarmee te sturen. Denk b.v. aan accijnzen op diesel omdat het gratis oppompen, transporteren en verkopen niet de echte kosten dekt zoals b.v. broeikasgassen, uitputten van bronnen en gezondheidsproblemen door fijnstof.
Belasting voor particulieren bestaat uit 2 delen: bezit en inkomen.
Belasting op bezit is nodig – vanaf orde 2 miljoen euro voegt meer geld geen geluk toe voor de miljonairs, en dient het alleen om nog meer rijkdom te vergaren. Ook is de ecologische voetafdruk hoog van rijken. En het heeft een nadelige invloed op de democratie: geld corrumpeert. Denk ook aan de belastingontwijking van rijken: voor hen is het rendabel daar financiële constructies voor op te zetten. En omdat geld meer geld maakt (rente) kun je vanaf een bepaald bezit je onttrekken uit de samenleving, voeg je niets meer toe en verbruik je grondstoffen en arbeid van de samenleving die als geheel voor je werkt.
Inkomstenbelasting is progressief zodat werken loont als je lage inkomsten hebt. Als je weinig bezit, zorgt een beetje meer inkomen voor meer voor veel meer geluk. Met het hoogste belastingtarief van b.v. 70-90%, te rekenen vanaf het salaris van de minister-president, blijven topsalarissen vanzelf laag (bij 80% belasting moet een bedrijf 5 miljoen betalen voor 1 miljoen salarisverhoging), zie ook inkomensgelijkheid. Hoge salarissen staan bovendien niet in verhouding tot het geleverde. Een erfenis boven een bepaald bedrag gaat naar de overheid, die het kan verdelen in de samenleving – bijvoorbeeld door iedereen die 23 jaar wordt een soort startkapitaal te geven.
Burgers kunnen zo uitgaven doen op basis van de prestaties die extra inkomsten genereren, niet op basis van erven, ouders of rentenieren, maar op basis van hun eigen verdienste: merites. Hiermee wordt een deel van de ongelijkheid (door rijke ouders) opgelost, en dat is goed voor de rechtvaardigheid tussen mensen.
Grondbelasting is een belangrijke andere belasting (zie b.v. de Correspondent over grondbelasting). Wie rijk is, heeft eerder veel grond, en betaalt dan meer belasting. Grondbelasting kun je niet ontwijken, want het kadaster weet hoeveel grond er in Nederland is, en wie eigenaar is. De WOZ waarde kun je afschaffen, speculatie van grond wordt ineens duur, en je kunt er huizen op gaan bouwen om de grond te laten renderen. De inkomsten van de belasting gebruik je ten gunste van de gemeenschap in de publieke ruimte. En als grond duur wordt (bijvoorbeeld omdat er faciliteiten in de omgeving gebouwd worden), komt er ook meer belasting binnen. Zo kun je gemakkelijk publieke voorzieningen financieren. Grondbelasting is efficient en rechtvaardig.
Voor bedrijven is Nederland is een belastingparadijs en wordt daarvoor op de vingers getikt door internationale instellingen. Het effect van de brievenbusfirma’s op de Nederlandse economie levert weinig op buiten de zuidas, maar zorgt voor grote schade (missende belastinginkomsten) in andere landen. Dit moet internationaal aangepakt worden, maar Nederland staat nu aan de verkeerde kant van de lijn (zie b.v. NOS).
Belasting voor bedrijven is legitiem: ze moeten betalen voor de diensten die ze gratis uit het land krijgen. Denk aan opgeleide werknemers, bescherming door een juridisch systeem of een infrastructuur van internet en wegen. Belasting op grondstoffen, afval en energie (bij voorkeur op Europees niveau) moeten zorgen dat bedrijven circulair worden en langdurig bruikbare producten gemaakt worden. Zo worden de integrale kosten beter beheerd.
Een methode kan zijn door diensten te leveren (circulaire economie) i.p.v. producten (lineaire economie) – belasting kan helpen om dat proces te versnellen door b.v. belastingen op grondstoffen te heffen. Ook vereisten stellen aan b.v. arbeidsomstandigheden van bedrijven over de hele keten (dus inclusief hun toeleveranciers) helpen dat de werkelijke (integrale) kosten beter meegenomen worden.
Subsidies stoppen die weinig positief nut hebben voor de samenleving, maar juist in een verkeerde richting duwen:
- subsidies voor de fossiele industrie
- (Europese) subsidies voor landbouw
- belastingaftrek voor woon-werkverkeer
- speciale belastingregelingen voor internationale bedrijven in Nederland