Veel initiatieven, veel leren en snel opschalen wat goed werkt

Initiatieven die lijken te falen leveren toch veel data op van metingen die later ook gebruikt kunnen worden. Ook geeft het misschien inspiratie voor nieuwe onderzoeksrichtingen (b.v. verbeteringen t.o.v. het vorige onderzoek, of spin-offs in andere richtingen). Misschien blijkt ook dat de onderzoeksrichting niet vruchtbaar is, en we dus beter focussen op andere onderzoeken. Belangrijk is dat de ruwe data, onderzoek en uitkomsten vastgelegd worden. Ze falen niet, maar leveren alleen geen direct succes.

En is er wel direct succes, mooi. Ook weer vastleggen, en indien gewenst, verder met de volgende fase: opschalen. Wanneer een innovatie goed werkt, willen we daar ook de vruchten van plukken. Dit kan door verbeteringen op te schalen: door te laten zien dat het op meer plekken en in andere contexten ook werkt. Gaat dat ook goed, dan verder opschalen (mogelijk met hulp van de overheid). Als het toch niet werkt, hebben we wat geleerd.

Rond een universiteit dus veel spin-offs, een kennis-ecosysteem, studenten die opgeleid worden, durfinvesteringen, subsidies, … een kraamkamer van innovaties voor de toekomst. Dat heeft ook een stimulerende en aanzuigende werking voor getalenteerde mensen. Zo versterkt het elkaar.