Overheid, bedrijven en organisaties hebben veel macht, maar de burgers missen hierin. De overheid kan zaken van bovenaf regelen voor de burgers, maar daarmee wordt de stroom van onderaf niet gebruikt. De overheid bezuinigt al jaren op gemeenten en geeft ze extra taken voor minder geld, die daardoor niet goed voor de inwoners zorgen (denk b.v. aan jeugdzorg). Maar blijkbaar missen we een kracht die dit tegengaat, feedback op het gekozen beleid: de kracht van burgers die de gevolgen zien.
Ook de overheid heeft een lokale tegenmacht nodig. De overheid kan niet alle lokale ideeën regelen. Dat hoeft ook niet, gelukkig hebben we in Nederland nog een redelijk active burgerparticipatie door vrijwilligerswerk. Maar die komt in het geding door marktdenken, bezuinigingen en individualisme – een trend die met de ontzuiling en liberalisme is ingezet (referentie voor de trend, zie het boek “groter denken, kleiner doen” van Herman Tjeenk Willink).
Lokale burgergroeperingen nemen initiatief waar ze vinden dat het beter kan. Denk bijvoorbeeld aan een speelplaats voor de jeugd, of het organiseren van spelletjesdagen voor alle leeftijden op locatie in verzorgingshuizen voor ouderen. De overheid steunt deze initiatieven omdat ze de samenhang in de samenleving bevorderen, en meer geluk aan burgers geven.
En om initiatieven structureel te ondersteunen is het nodig mensen te hebben die daar ook tijd voor hebben. Daarom is het van belang dat de Basisbehoeften zijn geregeld. Verder kan overheid initiatieven structureel steunen met financiering en organisatie.
Ook heeft de overheid een globale tegenmacht nodig, want elke 4 jaar stemmen is geen echte invloed. De afstand tussen de overheid en de burger is vergroot. Beter is het om de burger te ondersteunen zijn invloed te vergroten. Denk aan de structurele invoering van burgerberaden: lokaal, regionaal en nationaal. Of aan een 3e kamer met een willekeurige representatie van burgers. Die kunnen voorstellen doen aan de 2e kamer die het dan in behandeling moet nemen.